Woensdag 27 januari

We ondernamen opnieuw een wandeling naar Green Bar. Dan naar de universiteit in de hoop papieren te kunnen regelen, maar het kantoor waar ik moest zijn, was al dicht.

Ik had opeens weer enorme nood aan beweging dus trok naar het zwembad, sprong het water in en... schrok me een ongeluk van een hele groep duikers op de bodem. Je kon die helemaal niet zien van aan het oppervlak. We zwommen vrolijk in laagjes: zij vanonder en ik vanboven.

Tegen negen uur werd ik uitgekafferd omdat het zwembad blijkbaar ging sluiten. Ik snapte er niks van want de mevrouw van de inkom had 21h45 opgeschreven. Bij het buitengaan, kreeg ik opnieuw een Tsjechische preek. Ik probeerde heel onschuldig te kijken.

's Avonds was er een afscheidsfeestje voor Yusuf. Stilaan vertrekt iedereen die maar één semester blijft. Al dat afscheid nemen is echt niet aan mij besteed, maar we maken er het beste van.


De grote manitoe Yusuf

Dinsdag 26 januari

In de voormiddag ben ik gaan zwemmen, eindelijk nog eens sport na meer dan een maand winterpauze. Het deed deugd en gaf me nieuwe energie voor een grote opruimactie: eerst Nathalie haar kamer, omdat ze er niet meteen geraakt, en dan die van mij, die echt een storthoop was geworden. Zelfs mijn afwas van vóór Hongarije stond er nog, twee wasmachines kleren hingen over elk mogelijk oppervlak te drogen, mijn vuilbak was zo vol dat de helft er naast stond, mijn lakens waren al weken niet ververst en de vloer was korrelig van het vuil. Bovendien hadden mijn posters precies afgesproken om allemaal gelijktijdig van de muur te vallen. Kortom, als er een grens is, dan had ik die meer dan overschreden.

's Avonds zouden er mensen op mijn kamer film komen kijken, ik had dus een ultieme deadline die me deed doorwerken. Uiteindelijk zijn we naar de kamer van een Fransman verhuisd, een dubble room waar een bed vrij stond, en hij had een groot computerscherm van thuis kunnen meenemen. Het was cinema voor zo'n negen mensen, echt heel gezellig.

Maandag 25 januari

De grote actie van de dag was naar Green Bar wandelen, eten, en terugwandelen. Iedereen is lui en tam dezer dagen. Het is hier heel koud, snel donker, en er is gewoon niet zoveel te doen.

We hielden een bijeenkomstje om een eventuele Berlijntrip begin februari te organiseren. De data bleken me niet zo te liggen, en het vervoer is erg duur. Het wordt iets voor later.

's Avonds heb ik wel twee uur met Nathalie geskyped, eindelijk nog eens bijpraten. Ze kan haar arm kan al een beetje buigen en strekken, maar het blijft een herstel van lange duur. Hopelijk kan ze dit jaar toch nog eens in Olomouc geraken.

Buikkrampen hielden me thuis van een café-avond... jammer.

PS: Gelukkige verjaardag Willemien!

Zondag 24 januari

We moesten ervan profiteren om eens andere gezichten te zien, in deze tijden van Olomouciaanse verlatenheid (de meeste studenten zijn nog thuis). Dus gingen we met de Polen mee naar het Chinees restaurant en zwaaiden hen uit bij hun vertrek. Zoals hen zouden er meer studenten moeten zijn hier in Olomouc.

's Avonds dacht ik eens vroeg te gaan slapen, tot ik mijn foto's van Hongarije wilde bewerken en online plaatsen. Vroeg gaan slapen is echt niks voor mij.

Zaterdag 23 januari

Vandaag kon ik gelukkig iets langer blijven slapen. Ik moest om elf uur de bus hebben naar Brno, en moest dus eerst weer in het centrum van Györ geraken. Opnieuw heeft die bus me totaal dooreengeshaket, de mensen daar leken dat gewend, maar ik kon soms nauwelijks blijven rechtstaan.

Tegen vier uur was ik in Olomouc, waar Maarten en Nele me kwamen opwachten. We hebben heel lang bijgepraat in ons geliefde Café 87. Hun flatgenoot zat daar met een bende Polen uit Krakau. We werden spontaan uitgenodigd om chili con carne te komen eten 's avonds. Het was daar heel gezellig op die kamer, de Polen (voornamelijk homo's) bleken erg sympathieke en interessante mensen, ze waren gemiddeld zevenentwintig en een van hen had in Luik gestudeerd.

Er was ondertussen ook een Frieslander toegekomen en we gingen met zijn alleen naar de Krack om 'I have never...' (een drankspelletje) te spelen. Die avond, voor het eerst, heb ik de homobar Diva hier betreden. De Polen waren nieuwsgierig en zagen het als een sociologisch experiment. Allemaal trokken we dezelfde conclusie: geen plek om lang te blijven. Ik had ronduit medelijden met die mensen daar, hoe velen zich duidelijk niet in hun vel voelden en schuchter hun eerste stapjes in de holebiwereld zetten. Er was ook niks trendy aan die bar, het was er veel te klein en een beetje marginaal, met roze muren en kleine hokjes met leren zetels, als met de bedoeling je daar 'eens goed te laten gaan'.

Nee echt, ik was blij om daar weg te kunnen. Dat bleek echter nog niet zo eenvoudig. Bij het binnenkomen had iedereen een blanco papiertje gekregen, zonder goed te weten wat daarvan de bedoeling was. Bij het buitengaan stonden we voor een traliedeur, die de deurwachter, die ook de vestiaireman was, niet wilde opendoen voor we met dat papiertje de 'entrance fee' waren gaan afrekenen aan de bar. Zo doen ze dat hier, gratis binnenkunnen, maar niet weg mogen voor je de entreeprijs, of beter partiprijs, betaalt. Sneu systeem.

Vrijdag 22 januari

Omdat onze hosts vroeg moesten gaan werken/les volgen en de ouders enkel Hongaars spraken, moesten we mee opstaan. Om kwart over zeven de bus nemen was veel te vroeg voor mij, ik raakte maar niet deftig wakker.

Volgende stop: Sopron, nog westelijker in Hongarije en dus tegen de grens met Oostenrijk, wat je kon merken aan de talrijke konditoreis (waar ze allerlei gebakjes verkopen) en een hoger aantal duitssprekenden.

An zou daar deze nacht blijven slapen op doorreis naar Slovenië, ik zou in de namiddag terugkeren naar Györ. De overnachtingsplaats van An, die iemand anders voor haar had gereserveerd, bleek in een soort internaatskamertje van het gymnasium te zijn. Ze had een koelkast, badkamer en tv, waarop een Duitse versie van Gilmore Girls te volgen was.

We verkenden Sopron, schonken een moreel verplichte bijdrage aan de renovatie van The Goat Church en gingen pizza eten. Normaal zou ik pas tegen vier uur vertrekken, maar mijn natte, koude voeten lieten me weten dat ze liever naar Györ terugkeerden. Twee Hongaarse vrouwen die ook naar het station moesten, namen me op sleeptouw. An zou even later met een couchsurfer uit Sopron afspreken.


Een gehandicapte vioolspeler


De vuurtoren van waaruit je de Alpen kunt zien. Was helaas gesloten.

Enkele straatbeelden:




Ik had verwacht dat ik me in Györ zelf zou moeten hebben bezighouden met lezen ofzo. Niets was minder waar: dat meisje daar had nog een vriend uitgenodigd, ze waren allebei zelf op Erasmus geweest en hadden heel wat te vertellen. We zijn op restaurant en op café geweest, erg aangename mensen, leuke gesprekken, maar ik was toch blij toen ik eindelijk in mijn bed lag.

Donderdag 21 januari

We namen afscheid van onze host in Budapest en trokken door naar Györ in het noordwesten van Hongarije. Onze host hier had haar broer opgetrommeld om ons op te wachten aan het station, maar die kon zich pas in de namiddag vrijmaken. We moesten dus een half dagje met onze trekrugzak rondwandelen. Een groter probleem waren echter koude voeten, nu het plots wel vrij veel gesneeuwd had. Dus waren we maar al te blij om eventjes binnen iets warms te kunnen drinken.


Je moet moedig zijn om in die koude accordeon te staan spelen op straat


Straatbeeld


Boooob de bouwer

De broer bleek een sympathieke jongen. Hij toonde ons zijn school/universiteit, de synagoge, enkele andere gebouwen die we nog niet hadden gezien, en de bar waar hij met zijn vrienden na de les vaak iets gaat drinken. Getest en goedgekeurd.

Het huis waar we mochten blijven slapen, lag echter nog op een half uur busrit van het centrum. We gingen wachten in de buspub, een kot met evenveel rook als er in een Turks stoombad stoom is. Omdat we onze bus zagen wegrijden tijdens het buitenkomen, moesten we extra lang in dat café blijven. Desalniettemin was ik blij dat we binnen konden wachten.

De vering van de Hongaarse bussen is kennelijk nog niet zo goed ontwikkeld, mijn maag zag af. We reden langs allerlei fabrieken en kwamen uiteindelijk in een vrij verlaten straat uit. Ik steeg met wolkjes op naar de hemel toen we eindelijk in dat huis waren: vloerverwarming, verse vissoep die de mama had gemaakt, brood, een kamer voor ons alleen en 's avonds een lekker glaasje wijn met een gezellige babbel op de kamer van het meisje. We maakten kennis met hun hond en schildpad.


Szia!

Woensdag 20 januari

Ook Esztergom ligt op daguitstapafstand van Budapest. Het was ietsje verder rijden, maar zeker de moeite.


Marktje


Spiegelglas in een gevaarlijke zone met straathonden die ons van hun territorium af wilden


De basiliek van Esztergom, de grootste kerk van Hongarije


Een vreemd staaltje architectuur


Platanen


Een vergaderdak voor duiven


Hongaarse oudjes


Charmant gekleurde huizen

Behalve de mooie, historische gebouwen en huisjes, viel vooral het verval en de armoede op. Van wat ik tot nu toe gezien heb, lijkt Hongarije een van de slechtst onderhouden landen van het voormalige oostblok. Het was ook frappant hoe zelfs sommige jonge mensen geen woord Engels konden. De mensen waren echter wel behulpzaam toen we bijvoorbeeld de weg naar het station vroegen.

Voor mijn laatste dag in Budapest konden we niet anders dan nog eens in de Hummusbar gaan eten. Dat was de vierde keer deze week, en nog steeds smaakte het bijzonder lekker. Als iemand zich geroepen voelt om zo'n keet in Leuven te openen... u hebt alvast één vaste klant.

An en ik zijn nog iets gaan drinken in een studentikoze live-muziekbar, waar het optreden helaas bij onze aankomst spontaan leek te stoppen. Maar het was er nog steeds gezellig.

Dinsdag 19 januari

Tegen de middag ben ik mijn spullen gaan afzetten bij onze couchsurfinghost in Budapest, een studente uit Californië. Ze bleek vlak naast de opera te wonen in een mooi oud huis met een grote zetel waar wij op konden slapen.

An was ondertussen op haar weg van Olomouc naar Budapest, meetingplace was het Batthyány metrostation. Van daaruit namen we een grappig treintje naar Szentendre.


Een koddig straatje


Uitzicht op de Donau

Normale toeristen komen daar als het niet vriest, maar we rekenen onszelf niet onder die noemer.

Terug in Budapest zijn we iets gaan eten met onze host in een leuk ingericht Servisch restaurantje. Ik had een pot vol linzen in een stoofvleesachtige saus. Het uitzicht was vreemd, maar de smaak zat snor. Daarna bracht ze ons naar een heel groot café met allerlei grote en kleine kamers, ooit een kraakpand geweest, nu voornamelijk erg gezellig.

Maandag 18 januari

Vroeg opstaan om dan verder te soezen in de baden van 36, 38 en 39 graden. Het interieur van de Gélert-baden is echt de moeite.

Na een kort bezoekje aan de grote, overdekte markt, moest mijn gezelschap helaas vertrekken naar de luchthaven… Ik heb een namiddag gelezen, geslapen, en gewandeld.

Zondag 17 januari

60 Andrássy Utca is het beruchte adres van het Terror Háza, House of Terror, een must voor liefhebbers van recente geschiedenis. Achtereenvolgens deed dit gebouw dienst als het hoofdkwartier van de Hongaarse Arrow Cross Party en de Államvédelmi Hatóság (ÁVH), de State Security Police onder het communistische regime.



Terror Háza

We hebben hier wel drie uur rondgelopen en heel aandachtig haast alle teksten gelezen. De meeste kamers waren sereen, sommige deden dienst als herdenkingsplaats. De kelders daarentegen vond ik echt schokkend, daar werden talrijke (politieke) dissidenten gevangen gezet en op gruwelijke wijze gemarteld.

We hadden opnieuw nood aan de Hummusbar, voor de derde keer op rij. Het was ondertussen al te laat voor ons geplande bezoek aan de baden, dus wandelden we wat rond door de sneeuw en bekeken de films Slumdog Millionaire en In Bruges.

Zaterdag 16 januari

We reserveerden voor de gratis rondleiding in het imposante parlementsgebouw. Als je de praal van dat parlement vergelijkt met de huidige armoede in Hongarije, is de vergane glorie schrijnend.



Het parlement vanbuiten en vanbinnen

Voor de tweede keer vereerden we de Hummusbar met een bezoekje en wandelden naar Buda, aan de andere kant van het water. Daar staat het kasteel, het vissersbastion, en je hebt er een prachtig uitzicht.


Een romanticus in gedachen op het vissersbastion


Het vissersbastion


Uitzicht op Pest

Ik herinnerde me een chocobar van in september… en wonderwel wist ik die nog te lokaliseren. Een kop volle chocoladesaus met muntsmaak, alstublieft.

In de jeugdherberg werden we gestalkt door Parijzenaars die voortdurend wilden weten waar we naartoe gingen, of we dat dan eventjes op de kaart konden aanduiden, vanwaar we nu eigenlijk kwamen, etcetera. Zijzelf hadden niks gezien van Budapest behalve de talrijke baden, de pizzeria en talrijke dvd’s in het Goat Hostel.

Vrijdag 15 januari

Sightseeing:


Nationaal Museum met een tijdelijke exhibitie sanitaire artikelen


Dohány utcai Zsinagóga, de grootste synagoge van Eurazië


Joods museum in de lift


Holocaust-gedenkteken ontworpen door Imre Varga. Op elk blad van deze metalen wilgenboom staat de naam van een martelaar gekerfd.


Sint-Stefaans Basiliek


De opera


Een gypsy-avond met live muziek en een dansinitiatie, waar deze Roma-kleuter de show stal door in zijn eentje, met zwart gelakte schoentjes, in het midden van de dansvloer een dansje op te voeren.

Donderdag 14 januari

Om kwart over vijf opstaan is een grote krachtinspanning voor mij. Ik miste de bus naar Brno omdat een mevrouw me had wijsgemaakt dat tram zes naar het busstation zou rijden. Met de trein was er slechts tien minuten speling om mijn bus naar Budapest niet te missen.


Het ijsstation

Angstvallig zag ik dat haast elke trein enkele minuten vertraging had… behalve die naar Brno, oef. De trein kwam en een man van veertig viel met aktetasje en al op de grond door de ijsspiegel op het perron. Er was vermoedelijk geen oorzakelijk verband, maar plots kwamen er vijf minuten bij op het scherm. Heel de rit was ik nerveus en bereidde ik me voor op een spurtje naar het busstation.

Het Student Agency-station was een grote chaos en niemand kon me zeggen op welk perron de bus naar Budapest stond. Ik moest zelf maar even rondgaan. Dan plots kwam er een heel legertje gele bussen aangereden, en ik wist echt niet waar ik eerst moest kijken.
‘Relax, relax’, zei een van de chauffeurs, aan wie ik het gevraagd had, maar ik vond dit allesbehalve ontspannend.

Tot ik uiteindelijk veilig en wel in Budapest aankwam, een uur te vroeg. Zo miste ik de broer van een Turkse Erasmusstudent in Olomouc, die me zou komen opwachten. Blijkbaar was er een ‘busstrike’, dus hij kon niet naar het centrum komen vanuit zijn residentie. Ik bracht mijn namiddag alleen door in afwachting op twee vrienden uit Leuven.

The Goat Hostel was heerlijk. Het personeel onwaarschijnlijk vriendelijk en joviaal, de kamers fris en mooi ingericht, een common room met een hele bak vol dvd’s. We sliepen op een vijfpersoonskamer met twee Italianen die heel luid snurkten, minpunt, maar dat wisten we toen nog niet. Ik kroop alvast in bed voor een dutje.

Toen de twee Leuvenaars aankwamen tegen negen uur, schrok ik wakker, schrokken zij van de plotselinge beweging in een schijnbaar lege kamer, en schoten we allemaal heel hard in de lach. We aten eerst appelsienen, dan Chinees, en hadden heel veel te vertellen.



Woensdag 13 januari

Inpakken voor Hongarije, een valse start nemen in de vliegtuigpub, en terug naar mijn kamertje om enkele uren te slapen.

Nathalie belde dat ze heel de dag nuchter had moeten wachten op een operatie, tot ze doodleuk kwamen vertellen dat ze morgen nog maar eens moest komen.

Dinsdag 12 januari

Een dag voor de operatie van Nathalie en tijd voor een actie: we vormden een elbow-healing-team en gleden de heuvel af op plastieken zakken met een poster opgestoken. De sneeuw leende zich niet tot sneeuwmannen, maar gleed bijzonder goed.




De avond brachten we door in de 15 Minutes-club, waar het tijdens het jaar elke maandagavond een Erasmusfeestje is. Nu waren er enkel Tsjechen die een verzetje nodig hadden tussen de examens door, een rondtoerende Sardijn die toenadering zocht, enkele Spaanse Erasmussers die pas terug waren, twee Bulgaarse meisjes en ik.

Maandag 11 januari

Op zoek naar nieuwe plannen stelde An me voor mee te gaan couchsurfen in Hongarije. Twee vrienden van Leuven zagen het wel zitten om naar Budapest te komen. Ze waren op Erasmus geweest in Tours en hadden geen examens meer. Ik zou Budapest kunnen combineren met enkele kleinere steden in het noordwesten van Hongarije.

In Green Bar regelden we het couchsurfingplan. Daarna ben ik een Duits meisje gaan ondervragen voor haar examen van morgen. Ze had allerlei steekkaartjes gemaakt.

Zondag 10 januari

Nathalie’s elleboog bleek erger beschadigd dan we dachten. Vier breuken, en ze kan pas woensdag geopereerd worden wegens een lange wachtlijst. Hoewel de weinige aanwezigen in Olomouc moeten studeren, paperen of naar de les gaan en er voor mij weinig te doen is, besef ik dat ik mezelf gelukkig mag prijzen dat het niet mijn elleboog is die verbrijzeld is.

Gelukkig waren er mensen die wel wat tijd hadden. We zijn gaan shoppen, schaatsen, en café’en. Hoewel dat uiteraard lang niet slecht kan klinken, was het toch wat ongemakkelijk te weten dat je eigenlijke reisgezel thuis afziet.

Zaterdag 9 januari

Rond half een konden we instappen. Het bleek om een internationale trein Praag-Moskou te gaan uit de DDR. We moesten blijven rechtstaan in het gangpad omdat we niet gereserveerd hadden, maar konden ons warm houden aan het kolenkacheltje. Het positieve was dat we toch tot in Tsjechië konden rijden. Een half uur later waren we in Bohumín, van waaruit ik om tien over twee een trein naar Olomouc had. Dat uur wachten kon er nu nog wel bij.

De leraar Engels en ik babbelden wat om elkaar wakker te houden. Onze treinen hadden beide een half uur vertraging. We gingen meermaals naar de automaat om suikers en koffie tegen slaperigheid. Tot de man zijn trein had en ik alleen moest blijven wachten. Er zat nog een Franse jongen die vrijwilligerswerk bij Roma in Slovakije zou gaan doen, dus ik had een nieuwe gespreksgenoot.

Doch mijn humeur zonk ver onder nul toen de vertraging opliep naar veertig minuten. De Fransman bleek niet zo’n prater dus begon ik toertjes te lopen in het station. Volgende rondje: nog tien minuten bij. De vertraging werd er een van een uur. Dan tachtig minuten. Na mijn dertiende rondje, kreeg ik de jackpot: honderd twintig minuten! Toen ik dat zag, begon ik luidop te vloeken. De bewakingsagenten vonden het grappig, ik niet.

Mijn nieuwe vriend werd een zwerver met schuim op de lippen die om sigaretten bedelde.

Rondje tweeëntwintig.

Stefanie en enkele andere Erasmussers waren aan het feesten in Olomouc. Ik kreeg af en toe koning Albert-moppen en dergelijke toegestuurd om de moed er in te houden.

Rondje vijfendertig.

Is er geen bus naar Olomouc? De vrouw schudde nee.

Veertig.

Iedereen raakte zichtbaar geïrriteerd dat ik daar heel de tijd toertjes slofte in het station. En stiekem vond ik dat best leuk.

De vrouw achter het raampje lonkte me en wees naar het grote bord dat de volgende trein naar Olomouc binnen een half uur was, eerder dan die met vertraging.

Om half vier gebeurde het onmogelijke: ik zat op de trein. Nu besliste het lot erover dat we nog een halfuur moesten stilstaan in Přerov, waar ik mijn zenuwen stilaan niet meer de baas kon.

Toen ik om half zes 's morgens mijn kamer binnenkwam, had ik een klein momentje van instorting.


In de rechterkolom het aantal minuten vertraging. Mijn trein (richting Praha) wint.

De Erasmussers hebben me goed opgevangen en boden een filmavondje aan. Ik was echter vooral nog moe en teleurgesteld over de in het water gevallen trip. En natuurlijk erg bekommerd om Nathalie, die geopereerd zou moeten worden.

Vrijdag 8 januari

De verzekering betaalde ook de taxi naar de luchthaven, dat was wel comfortabel. Tegen elf uur waren we daar en er stond een persoonlijke assistente Nathalie op te wachten. Ze hadden ook een rolstoel voor haar besteld, zodat het voor iedereen duidelijk zou zijn dat het om repatriëring ging, maar dat zou misschien toch wat gênant geweest zijn. Het extra zitje daarentegen, zodat niemand tegen haar arm zou zitten, was geen overbodige luxe. Haar elleboog zat nog steeds in die voorlopige gips, was gezwollen en deed uiteraard nog veel pijn.


Het afscheid van Nathalie


We namen afscheid en daar stond ik plots, alleen in de luchthaven van Krakau, het was een vreemd gevoel. Ik keerde via het treinstation terug naar het hostel om mijn rugzak te halen, en moest dan opnieuw naar het treinstation wandelen voor de trein richting Olomouc. Alles ging goed, tot de trein plots stilstond in Zebrzydowice, een klein Pools dorp vlakbij de Tsjechische grens.

Na een uur vond ik het niet meer normaal, en begon ik honger te krijgen. Na twee uur begon ik de voorraad mignonnettes die in feite voor onze couchsurfinghosts bestemd waren, te verslinden. Na drie uur begon ik foto’s te trekken uit verveling, moest ik alle ramen open zetten omdat daar gestookt werd als in de hel, begon ik me ernstig zorgen te maken, had ik Florian al meermaals opgebeld om te vragen of er nog wel treinen naar Olomouc zouden rijden en of hij anders een hostel kon opzoeken, of hij misschien wist waar ik eigenlijk was.

Ergens tussen al die boeiende activiteiten in ben ik door de trein gewandeld op zoek naar uitleg. Er waren slechts twee passagiers meer: behalve ikzelf een leerkracht Engels die een beetje Pools kon, een kleine troostprijs voor mij omdat ik dan tenminste notie had van wat er gaande was. We moesten blijkbaar wachten op een trein die vanuit de andere richting zou komen. Niemand wist hoe lang dat zou duren.

Er ging nog een uur voorbij. En nog een. Dan begon de machinist druk te discussiëren met de conducteur over het verloop. De trein kon onmogelijk nog tot in Tsjechië rijden, ze zouden ons moeten droppen aan de grens, in Petrovice. Ik stelde het me al voor, dat ik daar opeens in een boerengat uit de trein werd gekickt in de sneeuw, in het midden van de nacht, met mijn rugzak vol chocolaatjes.

Hulplijn Florian werd nogmaals ingeschakeld om op te zoeken waar de bewoonde wereld begon vanuit Petrovice, waar ik mogelijk zou kunnen blijven slapen.

Na vijf uur in de treingevangenis bracht de machinist ons naar zijn hokje om te slapen, in een zijkamertje van het stationsgebouw, waar verder alles potdicht was. We kregen de eer op een van de bedden te ‘relaxen’, zoals hij het noemde, en daar moesten we wachten op een andere trein die wel nog reed. Ik en de leraar Engels werden vriendjes door ons gedeelde lot, en ik paaide beide heren met enkele mignonnettes, wat ze erg wisten te appreciëren.

Tegen middernacht kregen we signaal door een luidspreker dat de trein in aankomst was. Strikt genomen wilde dat zeggen dat het nog twintig minuten zou duren, maar dat wisten we nog niet toen we hoopvol naar buiten gingen om in de ijzige vrieskou te wachten.



Het station van Zebrzydowice, waar het zo leuk was dat ik er wel zes uur ben gebleven

Donderdag 7 januari

Tegen kwart voor acht vertrok ik naar het centrum op zoek naar een fax. In de universiteit waren ze heel behulpzaam. Toen ik terugkwam van het centrum bleek ik per ongeluk de factuur van de apotheker te hebben verstuurd in plaats van de diagnose, en moest dus terug.

Pas tegen de middag belde de verzekering om te zeggen dat de repatriëring goedgekeurd was. Voor de vlucht van die dag was het al te laat, maar zij zouden een regelen voor de volgende dag. We moesten dus nog een dagje wachten in Krakau. Ik ben wat gaan rondwandelen, shoppen, terwijl Nathalie in het hostel rustte. ’s Avonds heb ik iets kleins gekookt en zijn we vroeg gaan slapen.

woensdag 6 januari

Na het oude stadscentrum wilden we de joodse wijk, Kazimierz, bezoeken. Zo goed als de hele joodse gemeenschap die daar leefde, is uitgemoord tijdens de tweede wereldoorlog. Hoewel sommige niet-joodse marketeers de horeca nieuw leven proberen in te blazen in een quasi-authentiek joodse stijl, had ik het gevoel in een spookstad rond te lopen. Zeker omdat er door de sneeuw en het koude weer weinig mensen rondliepen.

Het joodse museum Galicia was erg interessant, met een fototentoonstelling over joodse herdenkingsplaatsen, overblijfselen van joodse gebouwen en hoe ze soms een nieuwe functie kregen, beelden van de holocaust, ... Er was ook een schilderijententoonstelling waarin een kunstenaar in een erg levendige, speelse stijl het leven van voor de oorlog weergaf. Hij redeneerde terecht dat mensen vaak enkel weet hebben van deportaties en concentratiekampen, maar niet van hoe de gemeenschappen daarvoor eigenlijk leefden.


Sfeerbeeld van de joodse wijk


Joods kerkhof


School is uit

We aten vreemde, maar lekkere dingen in een veganistisch restaurant, met als kers op de taart een groot stuk chocoladecake. Toen we tegen zes uur aan het hostel waren om onze rugzakken op te halen voor de bus naar Zakopane, schoof Nathalie uit in de sneeuw. Haar arm bleek gekrakt en het was meteen duidelijk dat het ernstig was. Het hostel-personeel belde een taxi naar het ziekenhuis.

De spoedgevallendienst was een beetje vreemd. Er was maar een dokter en een ruimte waar alle patiënten behandeld werden. Er kwamen regelmatig mensen binnengerold op een brancard met zo'n speciaal dekentje tegen onderkoeling. Toen het eindelijk aan ons was, liep er een meneer rond met een netje over zijn hoofd en een hele plek opgedroogd bloed op zijn hemd. Hij stond daar rustig naar ons te staren en kwam af en toe eens vanuit een andere positie inspecteren.

Enkel de dokter bleek een beetje Engels te kunnen. Hij stuurde Nathalie meteen door naar de stralingskamer voor een röntgenfoto. Daar moest ik blijven wachten op de gang, terwijl de Poolse verpleegstertjes haar allerlei commando's gaven die ze niet kon verstaan. Die arm proberen buigen moet ongelooflijk veel pijn gedaan hebben, en het was niet gelukt.

De dokter zag de foto's en zijn reactie was 'fuck', zonder verdere uitleg. Dat was bepaald niet geruststellend. Nathalie moest naar een andere ruimte om haar arm te laten buigen en ingipsen voor een nieuwe foto. Er werden twee breuken geconstateerd en een operatie bleek noodzakelijk. Nathalie moest beslissen tussen Polen of België. Gasthuisberg werd de begrijpbare en aangeraden keuze. Er begon een heen- en weerbelspelletje met de verzekering over een eventuele repatriëring.

In dat ziekenhuis bleek geen fax meer beschikbaar zo laat. We moesten in de stad maar ergens een fax gaan zoeken. De taxichauffeur vond niks op het adres dat ze in het ziekenhuis hadden opgeschreven, dus duwden we hem het apothekersvoorschrift voor de volgende missie in zijn handen. De man kon enkel Pools en ik had de indruk dat hij niet zo goed snapte wat er aan de hand was. We hebben heel Krakau rondgetoerd op zoek naar een apotheek van wacht.

Tegen half een waren we terug in het hostel, tot dan heeft Nathalie moeten wachten op een pijnstiller. Er waren gelukkig nog bedden vrij, het hostelpersoneel was ontzettend behulpzaam en bezorgd. Het was nu wachten tot we de diagnose naar de verzekering konden faxen.

Dinsdag 5 januari

Op elke wagon van de trein werkte een controleur en op ons bed lag een pakketje lakens klaar. We sliepen met twee in een coupé voor zes; toch hadden we beiden amper kunnen slapen. Om halfzeven ’s morgens kwamen we dan plots aan in het nog pikdonkere en koude Krakau.

Omdat we wel wat extra uren slaap konden gebruiken, namen we een taxi naar een hostel waarvan we enkel een vaag vermoeden hadden dat er vierentwintig uur check-in was. Dat hostel was wellicht de beste zet van ons hele verblijf in Krakau. Zonder reservatie konden we daar zomaar binnenwandelen om zeven uur, kregen een vierpersoonskamer met badkamertje voor ons twee alleen, breakfast included, gratis internet. En dat allemaal voor een luttele tien euro per nacht.

Tegen de middag waren we fris genoeg om het oude stadscentrum te gaan verkennen. Ik was daar al geweest, maar nu was er sneeuw en dat maakte alles toch weer anders. In het Collegium Maius, het oudste gebouw van de Jagiellonenuniversiteit waar Copernicus ooit zijn onderzoek heeft gevoerd, kwamen we net op het juiste moment om de mannetjes uit de klok te zien komen.

Verder zagen we veel kerken, allemaal erg rijkelijk versierd en nog steeds druk bezocht. Er was zelfs een meisje van een jaar of tien dat een kruisteken sloeg toen ze er alleen nog maar langs liep. We testten allerlei parfums uit in een sjieke winkel met talloze promoties, tot de bewakers ons werkelijk buiten keken.

We hoopten op live klezmermuziek in de joodse wijk, maar dat was buiten het low season gerekend. Die joodse wijk is namelijk heel toeristisch en nogal artificieel, omdat er eigenlijk geen joden meer wonen. Maar er zijn wel veel gezellige cafés en restaurantjes.


Souvenirkraampje op Rynek Główny


Het park aan de oude stadsring