Zaterdag 26 december

Tot op het laatste moment had ik op het punt gestaan mijn hele Couchsurfingtrip af te blazen. Ver op voorhand had het een subliem idee geleken; hoe dichterbij hoe meer angstaanjagende proporties het aannam. Het is ietwat ongewoon om in je eentje bij wildvreemde mensen te gaan logeren. Ik had niet zozeer schrik om bij seriemoordenaars of pedofielen terecht te komen, wel voor het gevoel van voortdurende ongemakkelijkheid.

Het spel van de twijfel: ik zou in Olomouc lui kunnen zijn, films bekijken, boeken lezen, joggen, winkelen, koken; doen wat ik wilde wanneer ik het wilde.

Ik besloot echter dat plannen er zijn om uitgevoerd te worden. Dat ik mensen die weken op voorhand hadden bevestigd dat ze me zouden rondleiden niet last minute kon afzeggen. Dat ik wat van Tsjechië wilde zien. Dat de weinige aanwezigen hier in Olomouc of moesten studeren, of zodadelijk zouden vertrekken, of bezoek kregen. Dat ik zo gauw als ik wilde met een smoesje zou kunnen terugkeren.

De trein naar Kutná Horá dus.

Tegen 13u stond Radek me daar met een vriend en zijn vriendin op te wachten, vastbesloten me te overtuigen van de schoonheid van hun middeleeuwse stadje. Ze waren met de auto dus we konden overal gemakkelijk naartoe sjezen, te beginnen bij kostnice Sedlec, het ossuarium in Sedlec, een buitenwijk van Kutná Horá. Dat is een kleine Rooms-katholieke kapel gedecoreerd met de beenderen van veertig- tot zeventigduizend mensen. Overal hingen slierten met schedels en botten, een monstrans aan het altaar, een wapenschild met heupbeenderen en vingerkootjes. Zelfs de kroonluchter bestond uit talloze botjes en knokels. Luguber, maar zeker ook imponerend.

Ik slaagde erin het alarm te laten afgaan, en het ijs was gebroken. Radek en zijn gezelschap waren heel sympathieke en gemoedelijke mensen, geen ongemakkelijke stiltes.

We gingen naar een middeleeuws café met overal houten wapenschilden aan de muren en het plafond. Daarna maakten we een wandeling door het charmante stadje. Ze konden me interessante anekdotes vertellen over vanalles en nog wat, dingen die je ongetwijfeld niet in een reisgidsje vindt.

In de Sint-Barbarakerk (Kutná Horá is een mijnstad) hebben we een kerstconcert bijgewoond. Ik was bijna een ijsklompje toen het gedaan was, duidelijk de foute outfit gekozen. Om te ontdooien gingen we naar een soort herberg, opnieuw volledig in middeleeuwse stijl, met allerlei streekgerechten. Ik had een soort geroosterde graantjes met champignons, een van de weinige veggie-maaltijden. Het was lekker. We hadden enkele boeiende gesprekken en discussies.

Radek bracht me met zijn auto naar het station van Kolín, van waaruit ik rechtstreeks naar mijn volgende bestemming kon gaan: Cerhenice, een smal dorpje in de buurt van Kolín. Jan, mijn host hier, is enkele jaren jonger dan Radek en studeert antropologie. Hij zat me op te wachten in de plaatselijke pub naast het station, een rokerige plaats met veel zatte oude mannen. Het is daar de gewoonte dat ze je een nieuwe pint geven van zodra de vorige meer dan halfleeg is.

Jan kan best veel drinken, zo bleek, als je in acht neemt dat een pint een halve liter is. Zelden kon iemand me zo lang boeien met verhalen. Hij had de meest waanzinnige dingen gedaan: naar Parijs liften met enkel zeven euro op zak, slapen onder de Eiffeltoren, de camino de Santiago (pelgrimstocht naar Santiago de Compostella), liften in Iran, trekken in Marokko, werken in Londen. Zijn laatste avontuur was een tocht in Ladakh, noordoost India, vlakbij de Himalaya. Daar had hij een Frans koppel ontmoet dat de volgende dag op bezoek zou komen. Ik keek er al naar uit.

Jan woont in een groot huis in Cerhenice met zijn ouders en jongere broer, ik voelde me er volledig op mijn gemak.

Vrijdag 25 december

Ik werd wakker, sjokte naar mijn eigen kamer en luilakte verder in mijn eigen bed.

Een deels gejogde zwerfroute doorheen Olomouc, en ’s avonds ‘l Auberge Espagnol. De enige gratis downloadbare versie die ik vond, was met een Duitse vertelstem en de originele Franse, Spaanse en Engelse dialogen, zonder ondertitels. Een klein mirakel dat ik kon volgen.

In de tweede helft van de film had ik de downloadlimiet bereikt, werd het einde me afgepakt en later begaf het hele internet het. Irritatiedrempel ruimschoots overschreden.

Donderdag 24 december

12u: Globus plunderen
15u30: een tevergeefse tocht naar het centrum: alle winkels dicht
18u30: een kooksessie in de Neředín-keuken, we waren uiteindelijk maar met zes, maar dat was eerder een voordeel gezien er slechts drie stoelen en een tafeltje van nauwelijks één vierkante meter stonden
20u30: na de Boheemse bubbels konden de tortilla's opgesmuld worden. Mojca had een heerlijk sausje gemaakt met maïs, paprika, kip en room. Maka had de salade afgewerkt.
22u: cadeautjestijd. Ik kreeg een notablok van molletje en drie kerstwasknijpertjes.
22u15: de kerstrollen werden aangesneden, er was een chocoladecake en een kokosvariant. De eenzame vrouw van de receptie glunderde toen ze ook enkele stukken kreeg.
22u30: het scheelde geen haar of we hadden de tram naar het centrum gemist
23u: 15 minutes bleek nogal verlaten dus werd het een andere pub. We speelden even met het idee naar de middernachtmis te gaan, tot we met voorbedachten rade de tijd uit het oog verloren.
00u10: een laatste groet aan de reuzenkerstboom op Horní náměstí. We overwogen een kerstbal mee te nemen, maar de stadsmedewerkers zijn voorzien op dit soort ideeën. Geen enkele kerstbal binnen handbereik.
01u12: de bus naar de residentie
02u: de start van Sex and the City in Mojca's kamer, wiens roommate al terug naar Slovenië was. We hadden twee bedden om ons op te installeren.
05u: The end, na enkele onderbrekingen - waaronder een telefoontje van twee Erasmusmeisjes uit Portugal
06u: sleepover bij Špela, waar ook een bed vrij was, zodat ik niet terug naar mijn blok moest lopen

Dinsdag 22 en woensdag 23 december


Een impressie van Hradec Králové, gepikt op http://members.virtualtourist.com/m/1ffe4/63567/

Al in de voormiddag vertrok ik weer richting Tsjechië. Tegen halfzeven 's avonds was ik in Praag. Mijn rugzak bleek nog steeds spoorloos; de fase van aanvaarding is nu officieel ingezet.

Hradec Králové ligt tussen Praag en Olomouc, dus dat werd mijn tussenstop. Ik mocht blijven couchsurfen bij een koppel in Bukovina, een nabijgelegen dorpje. Ze kwamen me opwachten aan het station met de auto, boden me iets aan om te eten en te drinken, wezen me de warmste kamer toe en haalden al hun toeristische info boven. Het enige spijtige was dat ze de dag erna moesten werken en ik op mezelf aangewezen was om Hradec Králové te verkennen. Ik had een kaartje meegekregen, en had mijn rugzak in een locker in het station gedropt.

Qua stijl leek de stad vrij hard op Olomouc, veel gekleurde huisjes naast elkaar. Het was daar dus wel mooi, maar na een tijdje had ik het wel gehad met het alleen rondwandelen en al om halfdrie zat ik op de trein naar Olomouc.

Weetjes over Hradec Králové:

• Aan het einde van de achttiende eeuw had de Habsburgse keizer Jozef II een enorme, stervormige versterkingsmuur rond het oude stadscentrum laten bouwen. Een goeie honderd jaar later besefte men dat dit de stad isoleerde en uitbreiding verhinderde, dus heeft men er niet beter op gevonden dan het hele spel weer af te breken.

• Hrad betekent kasteel, hradec is de mini-variant ervan, en Králové wil zeggen ‘van de koningin’. Die Králové kwam erbij toen de stad bruidschat werd van de Poolse koningin Ryksa Elżbieta (1286-1335). Deze Elizabeth Richeza was de tweede vrouw van de Boheemse koning Wenceslaus II, later simpelweg als koning en echtgenoot vervangen door Rudolf I van Habsburg.

• In Hradec Králové hebben ze de film Pelísky, waar ik in Olomouc hopeloos naar op zoek was. Dat is een van mijn favoriete Tsjechische films die we tijdens het movieseminar hebben bekeken. Dvd’s kosten hier gewoonlijk slechts 49 kroon (twee euro), dus ik vond twee exemplaren niet overdreven. Ik zal me persoonlijk verantwoordelijk stellen voor de import van wat Tsjechische cultuur.

• De buitenring van meer dan honderd jaar oud kan nog steeds het verkeer perfect in goede banen leiden, wat vrij uitzonderlijk is.

• Vanuit de buitenring leiden verschillende straten naar het centrum, een beetje zoals een spinnenweb. De langste straat geeft zicht op de twee belangrijkste torens van de stad: die van de kathedraal en de uitkijktoren ernaast. Wie door die straat wandelt, kan voortdurend de trots van de stad bewonderen.

• Mijn hosts hadden me een heel goede vegetarische kantine aangeraden. Het was iets minder sjiek dan Green Bar, maar zeker zo lekker en veel goedkoper. Voor één euro had ik mijn maaltijd binnen.


Elizabeth


Prins op het witte paard nummer 1: Wenceslaus


Prins op het witte paard nummer 2: Rudolf

Donderdag 17, vrijdag 18, zaterdag 19, zondag 20 en maandag 21 december

De vijf volle dagen thuis zijn voorbijgevlogen. Voor het eerst na vier maanden opnieuw op een fiets zitten was raar, zeker gezien de sneeuwval het er niet makkelijker op maakte. Ik heb genoten van het bijbabbelen, de Mexicaanse wafels, het avontuur om de auto van de gladde Lemmens-berg af te krijgen, het haardvuur in het Universum, Côte d'Or met nootjes op zondag, Nederlandstalige kranten, sneeuwmannen maken, (vintage-)shoppen, mijn meesterlijke boekweitkussen, brood zonder gembersmaak, marsepein, vanillejenever, mijn accordeon.

Het was nog best vermoeiend om mijn hele programma op zo'n korte tijd afgewerkt te krijgen.

Woensdag 16 december

Na de kater van mijn examens moest ik de helse tocht naar huis ondernemen. Ik voelde dat daar een staartje aan zou komen.

Nog voor zevenen was ik actief. Noteer dat onder ‘zeldzame momenten’, stressmoment 1.

In het station van Olomouc heb ik twee plaatsen voor de nachttrein naar Kraków (Krakau) in januari gereserveerd. Dat bleek niet eenvoudig. De mevrouw van het internationale ticket-office beweerde Engels te spreken, maar ik heb die kwaliteit tijdens onze eenvoudige conversatie helaas door de mand horen vallen. Qua timemanagement is het soms beter meteen toe te geven, ik had bijna mijn trein gemist, stressmoment 2.

Opeens bleef de trein verstokt stilstaan. De locomotief staakte, we werden allemaal naar het diepvriezerweer buiten gedreven. Waarschijnlijk onterecht, maar ik trok spontaan een parallel met Auschwitz-deportaties. De nieuwe trein bleef lang op zich wachten. Stressmoment 3.

Ik was half in slaap gevallen en schrok toen we plots in Praag bleken te zijn. Stressmoment 4. Gehaast verzamelde ik al mijn diepvriesaccessoires – handschoenen, muts, sjaal, jas – nam mijn tas en struikelde het perron van Praag op. Inspectie van de broodjes in het station, een zoektocht naar de bus richting luchthaven. Op de rolband tussen het eerste en het gelijkvloers drong het pas door: mijn rugzak!

Stressmoment 5 was er een om U tegen te zeggen. Mijn trekrugzak vol kerstcadeautjes lag nog op het rek in mijn coupé. Uiteraard vond ik die trein niet terug. Uiteraard kon niemand me helpen in het Engels. Dit was het meest sublieme kastje- en muurverhaal. Het ging zelfs zo ver dat de heer van het infocentrum me ronduit zei: ‘It’s not my problem.’ Een scène in het station. Tijdens het lopen van de kastjes naar de muren, viel een van de laatste knopen van mijn jasje af. Het drama was tot in de details uitgekiend.

Stressmoment 6 nam conventioneel een aanvang toen ik stilaan begon te vrezen mijn vlucht te missen. De bus naar de luchthaven bleek goed verstopt. Ik stapte op en stapte weer uit, in een laatste opwelling van hoop. Begon studenten aan te spreken die eruit zagen alsof ze Engels zouden kunnen. Een sympathiek meisje heeft me begeleid naar het lost-and-found-kot, alles vertaald, gewacht op de defecte trein die nog aankwam. Alas.

Verdrietig rende ik naar de bus. Net op tijd, stressmoment 7. Het idee dat iemand míjn kerstkoekjes aan het opeten was, ergerde me mateloos. En wat gaat die persoon doen met sloefen in de vorm van ezels?

Het scheelde niet veel of ik had de check-in gemist. Stressmoment 8. Vreemd om in Charleroi opeens terug Frans te moeten spreken. Tegen zeven uur ’s avonds was ik eindelijk in Leuven. Daar zat een bebaarde man met dezelfde familienaam als ik me op te wachten in een restaurantje. Home sweet home.

Dinsdag 15 december

Als een bezetene die powerpoints nalezen, papieren op de tram en al (een principe waar ik doorgaans fervent tegenstander van ben), en dan heel hard hopen op makkelijke vragen.

Voor het Minorities-examen had ik goed gegokt: haast enkel vragen uit de powerpoints. Helaas allemaal vrij letterlijk, definities reproduceren en dat soort middelbareschoolachtige vragen waar ik nu net niet in uitblink. Mits de goedwil van Marketa, de professor met de blonde manen en roze glitteroogschaduw, gok ik er wel door te zijn.

Mijn favoriete prof van Central European History had meerkeuze- en enkele open vragen beloofd, maar we kregen drie essayvragen aangeboden waaruit we zelf een mochten kiezen. Dat kwam nu net mooi uit voor mij, want details kende ik niet, en nu kon ik er zelf wat een draai aan geven. Hetzelfde gevoel als gisteren: wat wordt hier beschouwd als een afdoend essay? Wordt vervolgd…

Dit was het laatste examen, als alles goed zit heb ik nu vakantie tot 14 februari, zalig. Tijd om de koekjes van de kerstmarkt op te kopen, en cadeautjes uit de Globus.

Er was een laatste movieseminar waarin we de slechtste film tot nu toe hebben gezien, met een plot dat nergens op sloeg. Het ging over een enge en akelig enerverende man die geobsedeerd is door zijn job: lijken verbranden in een crematorium. Hij voert voortdurend monologen over de schoonheid van de dood, en moordt zijn familieleden een voor een uit. Echt zo’n type dat je niet te lang in het groot op het scherm wilt zien, en op den duur raakten we echt wat verveeld.

Na een laatste drink ben ik teruggekeerd naar Neředín-Krematorium, de halte aan onze residentie tegenover het aantrekkelijke crematorium, o ironie.

Ik ben afscheid gaan nemen van Sheila, een Amerikaans meisje dat helaas niet in het 'kleine Europa' woont, heb mijn kamer een winterse lenteschoonmaak gegeven, de treinuren voor morgen opgezocht en mijn spullen netjes ingepakt.

Maandag 14 december

Het examen European Society en Culture was in essayvorm over een toegewezen vraag. Ik heb het gevoel dat ik wel ‘schone zinnen’ heb gevormd, maar nu is de vraag nog of de proffen hetzelfde gevoel voor esthetiek hebben. Dit was een mastervak dus ik veronderstel dat de A’s minder vlotjes over de toonbank zullen vliegen.

Door mijn nachtelijke werk was de productiviteit vandaag, net als de buitentemperatuur overigens, onder het nulpunt gezakt. Hetzelfde scenario herhaalde zich: een avond- en nachtelijke rushrace doorheen alle powerpoints van de les, waarbij ik enkel tijd had om de hoofdzaken te bekijken. Schaamte over zo weinig inzet.

Vrijdag 11, zaterdag 12 en zondag 13 december

Studeren in een residentie waar het gros van de studenten afscheidsfeestjes houdt, of toch lawaai maakt om het gros te representeren, is niét leuk. En ook niet productief. Maar het zou oneerlijk zijn om het enkel op lawaai te steken, het is gewoon de hele vakantieachtige Erasmus-sfeer die mijn inefficiëntie pieken doet kennen. Het komt erop neer dat ik last minute nog een grote inspanning moest leveren, namelijk zondagavond- en nacht.

Donderdag 10 december

Best wel wat zenuwen voor het examen, om eerlijk te zijn. Uiteindelijk hebben zowel Maarten, Nele als ik een A gekregen, het hoogst mogelijke cijfer. Laat het duidelijk zijn: de verwachtingen liggen hier niet al te hoog. Het stelt me gerust voor de komende examens.

Na een examen hoort ontspanning, en daar zorgde het groots aangekondigde verjaardagsfeestje van twee Belgische en een Sloveens meisje voor. Het was in een nieuwe club met een zeer fancy interieur, maar de zwakste organisatie ooit geconstateerd. De kerel van de vestiaire bleek namelijk ook de hulpkok, barman, dj en fotograaf te zijn, all-in-one. Wanneer bepaalde mensen wegens examens graag de laatste tram wilden nemen, bleek dat onmogelijk want de all-in-one-guy was Becherovka gaan halen in een ander café… met de sleutel van de vestiaire op zak. Tragikomisch. Anderzijds was het voor de prille uitbaters de ultieme test: een all-in-one-guy zonder twintig handen noch teleportatische gaven is géén goed idee.

Het moet niet gezegd dat deze sympathieke wanorde ons niet weerhield te genieten van de recordrij Becherovka-shotjes op de toog (een traktatie van het huis), leuke nummers, goedkope cocktails, van het decoreren van cakes, T-shirts beschrijven, met limoenen voetballen en jongleren, kerstdecoratie opeten, geheime achterruimtes verkennen.

In het naar huis gaan kreeg ik plots een heel wrang het-is-bijna-gedaan-gevoel. Veel mensen blijven maar één semester. Maar... Europa is klein.


Lang zullen ze lee-veeun...!

Woensdag 9 december

Wegens mijn niet al te nauwe planning moest ik vandaag noodgedwongen ook de muziekles skippen, wat best jammer was want er kwam een jazz-muzikant.

In plaats daarvan heb ik zo goed als alle YouTube-filmpjes over atheïsme van tijdens de les herbekeken, en me zwaar geërgerd aan de ijdele figuur van Carl Sagan, en eigenlijk aan heel het opgeblazen atheïstische manifest in het algemeen. Mijn strategie bestond er dus uit zoveel mogelijk genuanceerdere alternatieven te zoeken.

Maandag 7 december

Voor de laatste les European Society and Culture moesten we vroeger komen voor de film No Man’s Land, over een Serviër en een Bosniër tijdens de Bosnische oorlog en de absurditeit van nationalisme.

Daar het semester ten einde loopt, krijgen we voortdurend inhaallessen Central European History. De prof beseft dat hij wat overambitieus was in zijn programma voor dit semester, al is dat natuurlijk zeer relatief voor Erasmus.

’s Avonds heb ik nog wat kleurpotloodjes afgestompt door artikels te bewerken.

Zondag 6 december

Qua studeren begon het er vandaag al meer op te lijken. Mijn ultieme ontspanning was een wandeling naar Globus, de winkel waar je uren kunt rondlopen, vooral als je geen zin meer hebt in Engelstalige artikels.

Zaterdag 5 december

Een studiedag die te weinig studiedag was.

Problemen met de wasmachine: eerst waren alle wasmachines bezet, om tien voor zes duwde de receptioniste het bordje ‘reception closed from 17 till 18h’ voor mijn neus, om vijf over zes kreeg ik de sleutel voor wasmachine C.

Wasmachine C bleek niet te willen starten, mevrouw geloofde me niet, wilde niet komen helpen, stuurde een andere student op me af die net als ik constateerde dat het niet werkte, mevrouw geloofde me weer niet en stuurde nog een andere student op me af, tot ze uiteindelijk toegaf en ik morgen nog maar eens moest terugkomen, een zo geliefd gezegde hier.

Je kunt je wel bedenken hoe vaak ik van het vijfde verdiep naar de receptie naar de kelder van blok C naar de receptie naar het vijfde naar de receptie naar blok C heb moeten hossen.

Enkele inwoners van de residentie hebben overal in de gang potjes melk en vlees gezet om de katten binnen te lokken. Dat zijn vuile zwerfkatten die overal in de gang hun behoefte hadden gedropt en ik moest daar voortdurend langs. Mijn humeur barstte uit haar voegen, te meer daar internet enkele uren weigerde te werken.

Vrijdag 4 december

De queeste naar mijn verloren handschoenen kwam volop op gang. In het tramstation werd ik doorverwezen naar de eindhalteplaats van de trams. Daar herhaalde een uitzonderlijk nerveus vrouwtje haast dwangmatig ‘moment, moment’. Het leek alsof ze de belangrijkste job van de wereld had, en ik haar onder geen beding mocht storen.

Uiteindelijk kwam ze met haar hoofd voor het raampje hangen.
‘Rukavice?’ (wat zoveel betekent als ‘handschoen’ in het Tsjechisch).
‘Moment, moment’.
Ze snelde weg en kwam terug met een sympathieke dame die Engels kon. Aan haar moest ik een uiterst gedetailleerde beschrijving van mijn handschoenen geven, welk materiaal, welke kleur vanbuiten, welke kleur vanbinnen, alsof het om de schat van Ali Baba ging. Toen ik op de koop toe mijn identiteitskaart moest tonen, moest ik toch even binnensmonds lachen.

Na deze hele procedure haalde ze mijn handschoenen uit de kast en kon ik met warme handen naar de bib wandelen.

Ik installeerde me met mijn boeken, mappen, kleurpotloden, alles in de aanslag om ijverig te werken. Toen ik met een koffietje van de automaat naar mijn plaats terugwandelde, beende een boze bibliothecaresse schreeuwend achter me aan. De hele bib werd opgeschrikt door de tirade en vele ogen staarden me aan.
‘Nerozumím, prominte’, stamelde ik. (Sorry, ik versta u niet) ‘Nemluvím český.’ (ik spreek geen Tsjechisch; deze handige zinnetjes buiten beschouwing gelaten)
‘Kava, ne,’ zei ze klaar en duidelijk.
Wat bleek: koffie was niet toegelaten in de leeszaal. Ik moest met mijn bekertje afdruipen naar de ruimte voor de wc’s. Mevrouw glimlachte smalend.

Na wat lezen, Green Bar, piano oefenen en boodschappen doen, keerde ik terug naar de residentie. Ik opende mijn tas en baf, geen handschoenen meer. Erger dan een ezel, die zich spreekwoordelijk geen twee keer aan dezelfde steen stoot. De queeste naar de handschoenen nam een nieuwe start. Ik keerde terug naar het koekjeskraam op de kerstmarkt, niets gevonden. In de supermarkt was er een zwarte rukavice gevonden, maar niet de mijne. Uiteindelijk bleken beide handschoenen netjes op tafel te liggen in het pianolokaal. Ik begin mijn verstrooidheid stilaan angstwekkend te vinden.

’s Avonds kon ik me niet goed meer concentreren, dus van werken is niet veel meer in huis gekomen. Er was bovendien het naamfeest van Barbora, ‘Basia’, de patroonheilige van de mijnwerkers. Naamfeesten zijn belangrijk in Polen, en zo hadden we weer een reden om iets te vieren. Basia had erg haar best gedaan, met allerlei hapjes, rijst met kip, wortels met looksaus, cake, … Alleen de wodka heb ik wijselijk afgehouden.


Basia's naamfeest, met dank aan het roze fototoestel van Nathalie

Donderdag 3 december

Het was waarschijnlijk de wodka die nazinderde toen ik ’s morgens een van mijn armbandjes kapot liet vallen en niet veel later mijn handschoenen op de tram vergat. Het geluk was niet aan mijn zijde.

Er was een lezing over kleine Moravische dorpen in het perspectief van de EU, georganiseerd door de Euroculture-studenten. Overal in het lokaal pronkten EU-vlaggetjes, onder andere op de vele gebakjes. We werden overweldigd met promofolders over de streek en Tsjechië algemeen. Ik waande me op een belangrijk congres.

De Moravská filharmonie Olomouc speelde concertstukken van Brahms en Bartók. Met mijn musicology-kaart kon ik weer stilletjes binnenglippen.

In het tramstation probeerde ik in mijn beste Tsjechisch uit te leggen dat mijn handschoenen nog op de tram lagen. Ik moest morgen maar eens terugkomen.

Woensdag 2 december

De presentatie van muziek verliep vlotjes: vak afgehandeld, credits binnengerijfd.

Tijdens een ontdekkingstocht op de kerstmarkt raakten we volledig in de ban van de Tsjechische broek. Dat is een avontuurlijk, geruit exemplaar dat hier schering en inslag is in het straatbeeld. Omdat het niet bepaald elegant noch modegevoelig is, moet ik altijd even gniffelen als ik er weer een zie opduiken.


Pasklaar

Na een intensieve vergadering op mijn kamer begint onze (als in ‘Nathalie en mijn’) Polen-trip in januari vorm te krijgen. Drie weken rekenen we als introductie tot dit grote land. En daar zal dan nog een ommetje naar Vilnius en Trakai bijzijn.

Voor de Portuguese Party was er een drink bij de Polen. Die waren heel enthousiast over onze tripplannen. Ik moet bekennen dat ik niet zo goed tegen de wodka bestand ben dan zij, in acht genomen dat zuinig nippen uit den boze is, shotjes moeten het zijn.

Dinsdag 2 december

Tussen de lessen door heb ik mijn presentatie voor muziek verder voorbereid en ben ik het pianostuk wat beter gaan inoefenen.

In het movieseminar kregen we animatiefilmpjes van Jan Švankmajer voorgeschoteld. Hij heeft veel geëxperimenteerd met animatiefilmtechnieken en dat wist ik wel te smaken.

Maandag 30 november

Een hele dag om de test van Central Eastern European History voor te bereiden. Na eindeloos uitstelgedrag kon ik er nu niet meer onderuit. Uiteindelijk bleek die test uit vijf onnozele meerkeuzevraagjes te bestaan, waarbij ik dan nog een knoert van een fout heb gemaakt.

Na de eerste test van het semester was het tijd voor ontspanning: restaurant, jog, en feestje in 15 minutes.

Zaterdag 28 en zondag 29 november

Annabel-weekend. Ze kwam me vanuit Wenen bezoeken voor een relax-tussendoortje in kuuroord Olomouc.

Het Aquapark was nogal koud, dus moesten we noodgedwongen een lange tijd in de jacuzzi's en het Turkse stoombad doorbrengen.

In het teruggaan stond de bus voor de deur. We zijn ingestapt zonder te weten waar die bus in feite naartoe zou gaan. De buschauffeur knikte wel bij 'centrum' maar negen op de tien wilde hij gewoon niet door de mand vallen dat zijn Engels zero was. Twee andere reizigers begrepen er ook geen sikkepit van. Toen we in de meest louche buitenwijken terechtkwamen, vol communistische woonblokken en een zeer onguur sfeertje, begonnen we lichtjes te panikeren.

Eind goed al goed, en dankzij de nodige stressweerstand opgebouwd in de bubbelbaden, werden we zonder kleerscheuren aan halte Tržnice gedropt, op wandelafstand van Caesar's Palace. De wekelijkse etentjes-traditie blijft verdergaan.

's Avonds hebben we naar de vreemde Tsjechische film Medvídek gekeken waarin schijnbaar iedereen baby's wilde. Een film vol verraad en intriges, en een nogal onsamenhangend plot.

Bij ons zondagse bezoek aan het aartsbisschoppelijke museum hebben we de technische generatie- (of oostblok)kloof aan den lijve ondervonden. Toen we een vrouw van het museum vroegen een foto te trekken met een digitale camera, had ze dat toestel kennelijk verward met de analoge variant. Het schermpje was naar ons gericht en haar oog werd plotseling heel groot.


De eerste foto die het mevrouwtje ooit met een digitale camera heeft getrokken: Annabel en ik in het Museum van de Aartsbisschop

We zijn in een traditioneel Moravisch restaurant gaan eten. Ik heb me voor het eerst aan de bramboráky gewaagd, een soort aardappelpannenkoek. Heel lekker, maar met werkelijk gigantisch veel olie.

Na enkele afleveringen van Dag Sinterklaasje (o jawel) moest Annabel terug naar Wenen en werd mijn kamer opeens weer leeg.


Kunst in het Art Department


Koekjes van de kerstmarkt (uiteraard ondertussen opgepeuzeld)