Vrijdag 11 juni

Na de les wilde ik met de Canadese meisjes naar Piccadilly’s Circus. Er passeerden tientallen rode dubbeldekkers, maar de onze was er nooit bij. De ‘Underground’ is gelukkig nooit ver, ik moest alleen nog even mijn Oyster-card up-toppen. Daarvoor moet je die kaart op een welbepaalde manier scannen: niet over het machientje wrijven, maar een accurate, lichte aanraking tot het ‘biep’ zegt in het Engels. Een zwarte security-guy heeft mij de kneepjes van het vak moeten bijbrengen.


Wachten op de rode bus die niet kwam

Piccadilly’s Circus is ongelooflijk toeristisch: ‘Mind the Gap’-muntdoosjes, rode miniatuur telefoonhokjes en een onderbroek met de Union Jack voor bijna tien euro. We liepen doelbewust verloren tot we kleine, interessante straatjes vonden met tal van tweedehands-boekenwinkeltjes.


Niet ver van Piccadilly's: Worldcup-geweld op Trafalgar Square

Ik keerde terug naar Welling om mijn avondeten dankbaar in ontvangst te nemen en trok naar de Undergroundstop Angel voor een gratis jazz-concert. Op dit punt begon Londen slaag te verkopen: toen ik met een droevig pintje van bijna vier euro in een muffige zetel neerplofte, belden de Canadeesjes dat ze niet binnen mochten: paspoortcontrole. Twee van hen zijn nog geen achttien en worden blijkbaar verondersteld thuis voor de haard te zitten.

We vonden een ander cafeetje waar we enkel buiten konden zitten zodat ik stiekem de drank kon gaan bestellen. Triest.

Vervolgens moest ik bijna een uur wachten op mijn bus en een uur op het voertuig zitten geflankeerd door een boertige, rosse dronkaard. Ik had me mijn kennismaking met het nachtleven in Londen iets rooskleuriger voorgesteld.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten